Vrijdagavond, half acht, ontmoetten de rowans elkaar op De Bison, om aldaar de voorbereidingen te plegen voor een nacht primitief leven.
Het begon met boodschappen halen. Nadat het standaard voedsel was gekocht onder leiding van de fourage-meester, was het tijd om de primitieve “tent” (frietbuil red.) te ontwerpen.
Genoeg zeil en (inferieur) plakband stond garant voor een degelijke tent. Ook het sisaltouw was essentieel, want hiermee gingen we de tenten spannen aan de boom.
Nadat we eruitwaren hoe de tenten gemaakt moesten worden, pakten we ze in en gingen we op weg. Bestemming: onbekend. Het enige dat we hadden was een set gps coördinaten en een gps ontvanger. Nadat de coördinaten waren ingevoerd, verbaasde we ons over de afstand tot het kampterrein: 81 kilometer. Dit kon niet goed zijn. De leiding verzekerde ons wel dat de richting waarin de gps wees correct was. Na ongeveer anderhalf uur lopen hebben we onze bestemming bereikt.
Het opzetten van de tenten ging vrij vlot. Dat mocht ook wel omdat het al twaalf uur was geweest.
Na alle slaapspullen uigepakt te hebben, gingen we lekkere hamburgers klaarmaken. Het gasstel zorgde voor de hitte en Bernard was deze avond de kok.
Toen we onze maagjes hadden gevuld, gingen we lekker ons zachte bedje in.
De volgende ochtend beweerde Jasper dat hij een brommende kameel (burkend hert red.) had gehoord, maar we verwijten deze gekheid aan een combinatie van hamburger/koffie.
Deze ochtend hebben we gekookte eieren gegeten en oploskoffie gedronken, want het moest natuurlijk primitief blijven. Na een significant snellere terugreis, kwamen we aan bij De Bison, voldaan en wel.
De Rowans